Raad van State beoordeelt dijkversterking Ravenstein-Lith aan de Maas — RVS:2026:1959
Waterveiligheid / dijkversterking / gecoördineerde ruimtelijke besluitvorming
Eiser / verzoeker
Bewoners uit Lithoijen, Ravenstein en Macharen en Stichting Beschermd Stadsgezicht Ravenstein (SBSR)
Verweerder / gedaagde
College van GS Noord-Brabant, college van B&W Oss, raad gemeente Oss, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
De uitspraak bevat uitsluitend het procesverloop en de inleidende overwegingen; een definitieve beslissing op de inhoudelijke beroepsgronden is niet opgenomen in de aangeleverde tekst.
- Op het project is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing (Waterwet, Wro, Wabo, Wnb), omdat de ontwerpen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage zijn gelegd.
- De Afdeling toetst uitsluitend het goedkeuringsbesluit van GS (niet het projectplan zelf), omdat vaststelling van een projectplan op de negatieve lijst van de Awb staat.
- De staatssecretaris heeft de natuurontheffing tweemaal gewijzigd (oktober en december 2025); deze wijzigingsbesluiten maken van rechtswege deel uit van het geding.
- De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan in december 2025 opnieuw vastgesteld; ook dit besluit maakt van rechtswege deel uit van het geding.
- Het toetsingskader vereist niet dat alle betrokkenen het eens zijn met de maatregelen, maar wel dat nadelige gevolgen zijn beschreven en dat sprake is van een evenwichtige belangenafweging.
Samenvatting
Waterschap Aa en Maas wil de Maasdijk tussen Ravenstein en de stuw bij Lith over een lengte van ruim 26 kilometer versterken. De dijk aan de Brabantse zijde voldoet niet aan de wettelijke veiligheidsnormen. Het project 'Meanderende Maas' heeft als hoofddoel het vergroten van de waterveiligheid in dit gebied, maar omvat ook waterstandsverlaging en gebiedsontwikkeling.
Om het project mogelijk te maken zijn meerdere besluiten genomen: een projectplan door het waterschap, een goedkeuringsbesluit door de provincie Noord-Brabant, twee omgevingsvergunningen door de gemeente Oss (voor wegverhoging en bomenkap), een bestemmingsplan door de gemeenteraad van Oss, en een ontheffing van de Wet natuurbescherming door de minister voor Natuur en Stikstof. Al deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.
Tegen deze besluiten zijn meerdere partijen in beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het gaat om bewoners uit Lithoijen, Ravenstein en Macharen, en om de Stichting Beschermd Stadsgezicht Ravenstein (SBSR). Zij hebben bezwaren tegen uiteenlopende onderdelen van het project, waaronder het goedkeuringsbesluit van de provincie, de bomenkap, de wegaanpassingen, het bestemmingsplan en de natuurontheffing.
Tijdens de procedure zijn twee van de bestreden besluiten gewijzigd. De staatssecretaris paste de natuurontheffing aan in oktober en december 2025. De gemeenteraad stelde het bestemmingsplan in december 2025 opnieuw vast. Deze gewijzigde besluiten maken automatisch onderdeel uit van de lopende beroepsprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de provincie het projectplan terecht heeft goedgekeurd en of de overige besluiten rechtmatig zijn. Daarbij gaat het er niet om of alle betrokkenen het eens zijn met de plannen, maar of er een evenwichtige afweging van belangen heeft plaatsgevonden en of nadelige gevolgen voldoende zijn beschreven en geadresseerd. De uitspraak is gedaan na een zitting op 12 februari 2026.
De uitspraak betreft een omvangrijke procedure waarbij de Afdeling de beroepen van de verschillende appellanten inhoudelijk behandelt. Gelet op de strekking van de overwegingen — waarbij het toepasselijke overgangsrecht wordt vastgesteld en het toetsingskader wordt uiteengezet — is de procedure nog niet volledig afgerond of zijn de beroepen op inhoudelijke gronden beoordeeld op een wijze waaruit een eenduidige einduitspraak volledig valt op te maken uit de beschikbare tekst.
Betrokken advocaten
mr. M.L. Santokhi
appellanten sub 2
college van GS Noord-Brabant, college van B&W Oss en raad gemeente Oss
Bart- Jan Walraven, advocaat, ROTTERDAM
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:336, Raad van State, 21-01-2026, 202305102/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27167, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, 24/7188
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26976, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, 24/140
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:7365, Rechtbank Oost-Brabant, 12-11-2025, 24/3039
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202403470/1/R1
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1959