ECLI:NL:RVS:2026:284, Raad van State, 19-01-2026, 202502535/1/V2 — RVS:2026:284
Samenvatting
Bij besluiten van 1 augustus 2023 heeft de minister aanvragen om appellanten een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 30 augustus 2024 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraken van 3 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraken hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1864, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL26.5293
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1538, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL26.2890
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:378, Raad van State, 23-01-2026, BRS.25.002565
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:327, Raad van State, 21-01-2026, 202500137/1/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502535/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:284