ECLI:NL:RVS:2026:320, Raad van State, 22-01-2026, BRS.25.001042 — RVS:2026:320
Samenvatting
Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem voorlopig uitstel van vertrek verleend in afwachting van de ambtshalve beoordeling of uitzetting krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege moet blijven.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1390, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.17328
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:890, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.35910
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:850, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.43521 en NL25.43523
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:839, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL25.43512
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
BRS.25.001042
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:320