Juristi.nl

ECLI:NL:RVS:2026:332, Raad van State, 21-01-2026, 202407569/1/V6 — RVS:2026:332

Samenvatting

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Surinaamse nationaliteit. Hij heeft vanaf 4 januari 2019 een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn Nederlandse partner. Vanaf 4 maart 2019 staan [appellant] en zijn partner in de Basisregistratie Personen ingeschreven op hetzelfde adres. [appellant] heeft door familieomstandigheden van 2 juli 2022 tot en met 9 maart 2023 in Suriname verbleven. Zijn partner is met hem naar Suriname gereisd en na een paar weken weer terug naar Nederland gegaan. [appellant] heeft op 13 juli 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen, omdat [appellant] in de vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan het naturalisatieverzoek niet onafgebroken zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad.

Betrokken advocaten

mr. D. Gürses

appellant

LGV Advocaten, UTRECHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 januari 2026

Zaaknummer

202407569/1/V6

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:332

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Afghaanse bewaker Kamp Holland krijgt geen overkomst naar Nederland
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak voorlopig niet uit te voeren
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State blokkeert overdracht asielgezin aan België
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak niet uit te voeren tijdens hoger beroep
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht