ECLI:NL:RVS:2026:333, Raad van State, 21-01-2026, 202306463/1/A3 — RVS:2026:333
Samenvatting
Bij besluit van 6 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellante] voor een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] heeft sinds 2 mei 2001 de Nederlandse nationaliteit. Sinds 13 maart 2006 woont zij in de Verenigde Staten, waar zij op 22 juli 2004 trouwde. Op 22 februari 2011 is [appellante] genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger. De minister heeft op 6 september 2021 een aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld, omdat [appellante] niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Volgens de minister heeft zij haar Nederlanderschap op 22 februari 2021 verloren, omdat zij vanaf dat moment gedurende tien jaar ononderbroken hoofdverblijf had buiten Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten of één van de EU-lidstaten, en ook de Amerikaanse nationaliteit had. Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige in dat geval het Nederlanderschap verloren. De minister heeft op 24 november 2022 het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard.
Betrokken advocaten
J.L.K. Hu
appellant
mr. P.C.M. van Schijndel
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:498, Raad van State, 28-01-2026, 202402745/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26816, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.30346
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26814, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.27497
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26890, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.21674
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202306463/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:333