ECLI:NL:RVS:2026:346, Raad van State, 21-01-2026, 202502534/1/A2 — RVS:2026:346
Samenvatting
Bij besluit van 26 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen bepaald dat het rijbewijs van [appellante] ongeldig blijft. Op 28 november 2022 is [appellante] aangehouden door de Marechaussee vanwege gevaarlijk rijgedrag. De Marechaussee heeft aan het CBR het vermoeden medegedeeld dat zij niet langer beschikt over de geschiktheid voor het besturen van een auto. Het CBR heeft [appellante] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd. Het CBR heeft bij besluit van 15 juni 2023 het rijbewijs van [appellante] ongeldig verklaard omdat zij niet (volledig) heeft meegewerkt aan dit onderzoek. Het CBR heeft het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard bij besluit van 14 augustus 2023. Op verzoek van [appellante] heeft het CBR haar in de gelegenheid gesteld om opnieuw onderzoek naar haar geschiktheid te laten doen. Dat onderzoek heeft geleid tot het besluit van 26 februari 2024. [appellante] voert aan dat het CBR haar van het kastje naar de muur stuurt en wisselende standpunten inneemt. Het CBR en de psychiater hebben aanvankelijk gezegd dat ze haar rijbewijs zou terugkrijgen. Verder rijdt zij altijd veilig en heeft zij nog nooit ongelukken veroorzaakt.
Betrokken advocaten
mr. M.M. Kleijbeuker
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:188, Raad van State, 14-01-2026, 202501774/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5842, Raad van State, 03-12-2025, 202500435/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13949, Rechtbank Rotterdam, 02-12-2025, ROT 25/8504
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13948, Rechtbank Rotterdam, 02-12-2025, ROT 25/8773
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202502534/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:346