Bestemmingsplan voor 105 woningen in Stiens blijft van kracht — RVS:2026:356
bestemmingsplan woningbouw / ruimtelijke ordening
Eiser / verzoeker
[appellant sub 1] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], wonend in Stiens
Verweerder / gedaagde
de raad van de gemeente Leeuwarden
De Raad van State verklaarde de beroepen van beide appellanten ongegrond, waarmee het bestemmingsplan 'Stiens - Steenslân II' in stand blijft.
- Woningbehoefte in Stiens voldoende onderbouwd via behoefteonderzoek Companen (210 woningen tot 2036); speculatieve langetermijnargumenten over bevolkingsdaling verworpen
- Alternatieve locaties in Leeuwarden zijn geen substituut voor de vastgestelde behoefte in Stiens zelf
- Bezwaren over ontsluitingsweg en rolstoeltoegankelijkheid stranden op relativiteitsvereiste (artikel 8:69a Awb): appellanten komen op voor belangen van toekomstige bewoners, niet hun eigen belang
- Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage lag, blijft de Wet ruimtelijke ordening van toepassing
Samenvatting
De gemeente Leeuwarden wil in Stiens 105 nieuwe woningen bouwen op voormalige agrarische grond ten zuidoosten van het dorpscentrum. Het bestemmingsplan 'Stiens - Steenslân II' werd in september 2024 vastgesteld. Twee sets buurtbewoners die aan de Eysingastrjitte en de Brêgeleane wonen, vlakbij het plangebied, tekenden bezwaar aan bij de Raad van State.
De bewoners voerden meerdere argumenten aan tegen het plan. Allereerst betoogden zij dat de gemeente onvoldoende had aangetoond dat er daadwerkelijk behoefte is aan die woningen. Ze wezen op een mogelijke economische neergang in de regio, minder buitenlandse studenten door bezuinigingen op onderwijs, een verwachte daling van arbeids- en asielmigranten, en een historisch vertrekoverschot van jongeren uit het dorp. Ook stelden zij dat het aan het plan ten grondslag liggende woningbehoefteonderzoek uit 2022 gebreken zou bevatten.
De Raad van State veegde deze bezwaren van tafel. Het onderzoek van adviesbureau Companen toonde aan dat Stiens tot 2036 behoefte heeft aan zo'n 210 nieuwe woningen. De 105 voorziene woningen passen daar ruim binnen. De beweringen van de bewoners over een afnemende vraag waren niet onderbouwd en hadden bovendien betrekking op mogelijke langetermijnontwikkelingen die de gemeente bij de huidige planvorming niet hoefde mee te nemen.
De bewoners opperde ook dat betere locaties beschikbaar zijn, namelijk duizenden onverkochte kavels aan de zuidkant van de stad Leeuwarden zelf, waar ook minder geluidsoverlast is van militaire vliegtuigen. Zij verwezen naar een stedenbouwkundig advies waaruit zou blijken dat Leeuwarden tot 2050 binnen de stadsgrenzen genoeg ruimte heeft voor duizenden woningen. De rechters gingen hier niet in mee: een woningbehoefte in de stad Leeuwarden doet niets af aan de apart vastgestelde behoefte in het dorp Stiens zelf. Die locaties zijn dan ook geen reëel alternatief.
De bewoners uitten verder zorgen over de verkeersveiligheid. Zij vonden dat het plan slechts één ontsluitingsweg bevat, terwijl een tweede weg noodzakelijk zou zijn voor de veiligheid van toekomstige bewoners. Ook maakten zij zich zorgen over de bereikbaarheid voor rolstoelgebruikers vanwege een steil bruggetje, en over een gevaarlijke splitsing bij de zuidelijke brug.
Op het punt van de ontsluitingsweg en de rolstoeltoegankelijkheid troffen de bewoners een juridische blokkade: zij kwamen op voor de belangen van toekomstige bewoners van de nieuwe woningen, niet voor hun eigen belang. Volgens de zogenoemde relativiteitsregel mag een rechter een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die niet bedoeld is om het belang van degene die klaagt te beschermen. Deze onderdelen werden daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
Betrokken advocaten
K.I. Thoma
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:525, Raad van State, 02-02-2026, BRS.25.002620
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:465, Raad van State, 28-01-2026, 202404429/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:419, Raad van State, 28-01-2026, BRS.26.000062
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:404, Raad van State, 26-01-2026, BRS.25.002484
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202407263/1/R3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:356