Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2026:363Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:363, Raad van State, 21-01-2026, 202202980/1/R2 — RVS:2026:363

Samenvatting

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming van 9 mei 2019 verleend aan [vergunninghouder] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. De veehouderij van [vergunninghouder] is gelegen aan [locatie] in Echt. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend voor het wijzigen van de exploitatie van de veehouderij. De vergunning maakt het houden van meer en andere soorten vee mogelijk. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof. De vergunde activiteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld op grond van het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

Betrokken advocaten

mr. J. Jansen

Jessica Jansen Advocatuur, VENLO

mr. S.J. van Winzum

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 januari 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202202980/1/R2

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2026:363

Bekijk op rechtspraak.nl