ECLI:NL:RVS:2026:410, Raad van State, 13-01-2026, 202407850/1/A2 — RVS:2026:410
Samenvatting
Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrech een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het college geen urgentieverklaring aan [appellante] hoefde te verlenen. De Afdeling kan zich vinden in de motivering die de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 opgenomen overwegingen heeft gegeven. De Afdeling begrijpt dat [appellante] zich in een moeilijke situatie bevindt. Maar dit geldt helaas ook voor vele anderen. De Afdeling heeft in het bijzonder beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen.
Betrokken advocaten
mr. E.J. Daalder
appellant
mr. H.A. Komduur Verschenen
appellant
M. van Groningen-Maaskant
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1235, Hoge Raad, 19-09-2025, 25/00116
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:1998, Rechtbank Den Haag, 31-01-2024, C/09/659316 / KG ZA 24-6
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:1849, Rechtbank Rotterdam, 04-03-2022, C/10/633579 / KG ZA 22-122
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2020:3536, Rechtbank Den Haag, 22-04-2020, C/09/557096 / HA ZA 18-817
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202407850/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:410