ECLI:NL:RVS:2026:636, Raad van State, 04-02-2026, 202402009/1/A3 — RVS:2026:636
Samenvatting
Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een paspoortaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft sinds zijn geboorte in Turkije in 1961 de Turkse nationaliteit. [appellant] is in 1977 in Nederland komen wonen en hij heeft in 1989 de Nederlandse nationaliteit verkregen. In 1999 is [appellant] naar de Verenigde Staten verhuisd en in 2001 is hij uit het Nederlandse bevolkingsregister uitgeschreven. [appellant] heeft in 2008 de Amerikaanse nationaliteit verkregen. [appellant] woont op dit moment nog steeds in de Verenigde Staten. Op 7 juni 2005 is aan [appellant] door het consulaat-generaal in Los Angeles een Nederlands paspoort verstrekt, dat geldig was tot 7 juni 2010. Daarna is aan [appellant] geen Nederlands reisdocument meer verstrekt. [appellant] heeft op 28 februari 2020 bij het consulaat-generaal in San Francisco een Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellant] niet meer in het bezit was van de Nederlandse nationaliteit.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:332, Raad van State, 21-01-2026, 202407569/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24511, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.60191
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24512, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.59846
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21384, Rechtbank Den Haag, 13-11-2025, NL25.26567
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202402009/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:636