ECLI:NL:RVS:2026:648, Raad van State, 04-02-2026, 202404895/1/A2 — RVS:2026:648
Samenvatting
Bij besluit van 20 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het illegaal verhuren aan studenten van kamers in het pand aan de [locatie A] in Rotterdam afgewezen. [appellant] is eigenaar van de naast het pand gelegen woning aan de [locatie B] in Rotterdam. Het pand wordt sinds 2018 gebruikt voor de huisvesting van negen studenten. [appellant] stelt dat hij hierdoor overlast ondervindt en dat de waarde van zijn woning wordt aangetast. Het pand wordt verhuurd aan negen studenten. Het college heeft op 24 juni 2021 de vergunning tot kamerbewoning alsnog geweigerd. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat vastgesteld is dat het pand sinds 2018 illegaal wordt bewoond door studenten die geen woongroep vormen en overlast veroorzaken. Vanwege de overlast leidt de bewoning niet tot een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid. In geschil is of is voldaan aan criterium b en of het college het besluit van 24 juni 2021 op dit punt voldoende zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd.
Betrokken advocaten
mr. A.J.J. van der Vlist
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:21284, Rechtbank Den Haag, 13-11-2025, 24/8278 en 24/9972
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4953, Raad van State, 15-10-2025, 202305786/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8475, Rechtbank Gelderland, 13-10-2025, AWB-25_3723
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3831, Raad van State, 13-08-2025, 202401415/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202404895/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:648