ECLI:NL:RVS:2026:871, Raad van State, 13-02-2026, 202005625/1/V3 — RVS:2026:871
Samenvatting
Bij besluit van 24 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Appellant komt naar eigen zeggen uit Noord-Macedonië. Hij heeft sinds 10 oktober 1989 rechtmatig verblijf in Nederland. Met ingang van 4 september 1995 heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister heeft deze verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 26 februari 2013 ingetrokken om redenen van openbare orde op grond van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 en artikel 3.86, vierde en vijfde lid, van het Vb 2000. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van de Justitiële Informatiedienst waaruit blijkt dat appellant onherroepelijk is veroordeeld voor meer dan drie misdrijven waar een gevangenisstraf van drie jaar of meer op staat.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1818, Raad van State, 01-04-2026, 202501320/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1846, Raad van State, 01-04-2026, 202201857/1/A3 en 202201863/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1807, Raad van State, 01-04-2026, 202502232/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:1781, Raad van State, 26-03-2026, 202407969/1/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202005625/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:871