ECLI:NL:RVS:2026:925, Raad van State, 18-02-2026, 202405598/1/V6 — RVS:2026:925
Samenvatting
Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellant] om terug te komen van het besluit van 24 december 2019, waarin de minister [appellant] een boete heeft opgelegd en bepaald heeft dat zij de lening die zij heeft afgesloten, moet terugbetalen, afgewezen. Bij brief van 26 februari 2016 heeft de staatssecretaris [appellant] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is op 1 maart 2016 gestart en zij moest, nadat de staatssecretaris deze termijn had verlengd, voor 26 oktober 2019 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Dit is niet gebeurd. Omdat [appellant] niet op tijd was ingeburgerd, heeft de staatssecretaris haar in het besluit van 24 december 2019 een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat zij de lening die zij had afgesloten, volledig moet terugbetalen. [appellant] heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn die maken dat de staatssecretaris moet terugkomen van het besluit van 24 december 2019.
Betrokken advocaten
mr. F. Hummel-Fekkes
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:656, Rechtbank Den Haag, 14-01-2026, NL24.46429
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7537, Rechtbank Overijssel, 23-12-2025, ak_24_4149
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1902, Centrale Raad van Beroep, 19-12-2025, 22/3479 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25495, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.48445
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202405598/1/V6
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:925