ECLI:NL:CRVB:2019:3087, Centrale Raad van Beroep, 25-09-2019, 16/4806 AWBZ — CRVB:2019:3087
Samenvatting
De in geschil zijnde hotelovernachtingen moeten in dit uitzonderlijke geval worden aangemerkt als AWBZ-zorg. De Raad oordeelt dat de hotelovernachtingen, die normaal gesproken niet als begeleiding in de zin van artikel 6 van het Bza zouden kunnen gelden, in het uitzonderlijke geval van appellante, die aan een ernstige psychiatrische aandoening lijdt, wel als zodanig moeten worden aangemerkt. Appellante heeft forse beperkingen in de sociale redzaamheid en het sociale functioneren. Het staat vast dat zij ’s nachts is aangewezen op iemand die voorkomt dat zij als gevolg van de dan intredende dissociatieve toestand gaat dwalen en dat de nachtportiers van het hotel waar appellante verblijft hierin kunnen voorzien en dat ook doen. Het zorgkantoor heeft dan ook ten onrechte aangenomen dat de hotelovernachtingen in dit geval niet zijn aan te merken als AWBZ-zorg.
Betrokken advocaten
mr. S.C. Veenhoff
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:1250, Rechtbank Midden-Nederland, 05-03-2025, 10398979
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHARL:2022:5669, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-07-2022, 200.253.374/02
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2021:4994, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-05-2021, 200.268.948
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2020:1129, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-02-2020, 200.251.822
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2019
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
16/4806 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:3087