ECLI:NL:CRVB:2021:2892, Centrale Raad van Beroep, 19-11-2021, 20/1473 WAJONG — CRVB:2021:2892
Samenvatting
Niet blijkt dat appellante niet bij machte was haar financiële belangen te (laten) behartigen. Er is daarom geen sprake van een situatie die vergelijkbaar is met de door appellante aangehaalde uitspraken van 8 mei 2015 en 18 december 2015. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat het Uwv zijn beleid in zoverre op consistente wijze heeft toegepast door de Wajonguitkering met terugwerkende kracht te herzien en appellante alsnog in aanmerking te brengen voor inkomensondersteuning op grond van de studieregeling in plaats van de werkregeling. Door de begindatum van deze herziening op 1 januari 2017 te stellen, terwijl appellante al vanaf 9 september 2015 studeerde en vanaf november 2015 studiefinanciering ontving, is appellante niet tekort gedaan. Niet is gebleken van dringende redenen op grond waarvan het Uwv geheel of gedeeltelijk van terugvordering had moeten afzien.
Betrokken advocaten
mr. E.M.C. Beijen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:7604, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-11-2025, BRE 25/2972
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1, Centrale Raad van Beroep, 23-01-2025, 21/3756 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:1639, Centrale Raad van Beroep, 15-08-2024, 22/330 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11653, Rechtbank Den Haag, 30-07-2024, 21/3824
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/1473 WAJONG
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:2892