ECLI:NL:CRVB:2021:804, Centrale Raad van Beroep, 30-03-2021, 19/3875 PW — CRVB:2021:804
Samenvatting
Niet bevoegd tot opleggen boete. Geen schending inlichtingenverplichting. Betrokkene was niet op de hoogte en hoefde dat ook niet te zijn dat zijn inwonende broer niet langer studeerde. De enkele omstandigheid dat betrokkene geen melding heeft gemaakt van het beëindigen van de studie van zijn inwonende broer, die daardoor als kosten delende medebewoner van appellant had moeten worden aangemerkt, brengt nog niet mee dat betrokkene zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het betrof hier niet de studie van appellant zelf en uit het beëindigen van een studie door een medebewoner volgt nog niet dat appellant daarvan op de hoogte was of had kunnen en moeten zijn. In dit geval zijn geen feiten of omstandigheden waardoor appellant op de hoogte had kunnen en moeten zijn van het beëindigen van de studie door zijn broer. Dit betekent dat appellant niet op de hoogte was of had kunnen en moeten zijn van het feit dat zijn broer, de medebewoner, was gestopt met zijn studie. De inlichtingenverplichting brengt niet de verplichting mee om afspraken met een medebewoner te maken over het melden van (veranderde) feiten en omstandigheden van deze medebewoner. Ook gaat de inlichtingenverplichting – anders dan mogelijk uit de uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2232 kan worden afgeleid – niet zover dat de bijstandsgerechtigde steeds en zonder concrete aanleiding de feiten en omstandigheden van derden, in dit geval de medebewoner, moet onderzoeken. Het college kan, anders dan een bijstandsgerechtigde, opgaven en inlichtingen van een medebewoner van de bijstandsgerechtigde verlangen, of bijvoorbeeld Suwinet raadplegen. Wel is een bijstandsgerechtigde verplicht desgevraagd de gegevens en documenten over de (gewijzigde) situatie van een medebewoner te verstrekken, voor zover hij daarover redelijkerwijs kan beschikken. Het college heeft appellant echter niet gevraagd naar gegevens van de medebewoners. Hieruit volgt dat het college niet heeft aangetoond dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het college was daarom niet bevoegd om appellant een boete op te leggen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:33, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 24/2618 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6791, Rechtbank Midden-Nederland, 19-12-2025, UTR 25/3489
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6474, Rechtbank Midden-Nederland, 02-12-2025, UTR 25/6297
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6867, Rechtbank Midden-Nederland, 19-11-2025, UTR 25/3193
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
19/3875 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:804