ECLI:NL:CRVB:2022:1006, Centrale Raad van Beroep, 21-04-2022, 20/676 BESLU — CRVB:2022:1006
Samenvatting
Immateriële schadevergoeding. Gelet op wat is overwogen in 5.3 is het aannemelijk dat appellant als gevolg van het onrechtmatige besluit van 25 juni 2015 geestelijk letsel heeft ondervonden dat gezien de omstandigheden van dit geval als een aantasting van de persoon moet worden aangemerkt. Gelet op de omschreven feiten en omstandigheden acht de Raad de door het Uwv geboden vergoeding van € 2.500,- echter billijk. Dit psychisch leed is dus niet alleen toe te schrijven aan de onrechtmatige besluitvorming van het Uwv en kan daarom niet geheel aan het Uwv worden toegerekend. Gelet ook op de bedragen die door Nederlandse rechters in meer of meer vergelijkbare gevallen zijn en plegen te worden toegekend, waarvan door de rechtbank in de aangevallen uitspraak enkele voorbeelden zijn genoemd, ziet de Raad met de rechtbank geen aanleiding voor een hoger bedrag. Buitengerechtelijke kosten. Niet kan worden gezegd dat het Uwv het onrechtmatige besluit tegen beter weten in heeft genomen. Er doet zich dus niet voor de genoemde uitzondering waarbij gemaakte kosten voor het doen van een aanvraag als bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen. Het Uwv is bereid een bedrag van € 1.275,- aan buitengerechtelijke kosten te voldoen. Appellant is hiermee niet tekortgedaan. De door appellant aangevoerde grond dat de rechtbank ten onrechte het door het Uwv aangeboden bedrag van € 1.275,- aan buitengerechtelijke kosten heeft toegekend als proceskostenveroordeling slaagt. Slotsom. Het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen en het Uwv wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan appellant tot een netto bedrag van € 2.500,- voor immateriële schade en een bedrag van € 1.275,- voor buitengerechtelijke kosten. Het verzoek van appellant om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de schadevergoeding wordt toegewezen. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.
Betrokken advocaten
mr. H.S. Eisenberg
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2365, Gerechtshof Amsterdam, 09-09-2025, 200.335.072
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:CRVB:2023:340, Centrale Raad van Beroep, 23-02-2023, 22/1658 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:3876, Rechtbank Amsterdam, 23-07-2021, 8948344
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2018:5255, Rechtbank Amsterdam, 23-07-2018, 6708661 CV EXPL 18-5102
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
21 april 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/676 BESLU
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:1006