ECLI:NL:CRVB:2022:139, Centrale Raad van Beroep, 13-01-2022, 20/511 AOW — CRVB:2022:139
Samenvatting
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellanten in de periode in geding niet duurzaam gescheiden van elkaar leefden. De Svb heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat een deel van de genoemde contacten wellicht te duiden is als contacten in het kader van mantelzorg die niet kunnen bijdragen aan de conclusie dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven, maar dat dit niet geldt voor het overgrote deel van de contacten. Ook als de Raad deze ‘mantelzorgcontacten’ buiten beschouwing zou laten, kan nog steeds niet worden geconcludeerd dat appellanten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet met de ander waren gehuwd. Dat geen sprake is van een financiële verbondenheid tussen appellanten maakt deze conclusie niet anders. Uit wat is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:32, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 24/936
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:1931, Centrale Raad van Beroep, 18-10-2023, 22/1192 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:1100, Centrale Raad van Beroep, 27-06-2023, 22/1201 TOZO
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:986, Centrale Raad van Beroep, 25-05-2023, 22/2259 ANW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 januari 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/511 AOW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:139