ECLI:NL:CRVB:2022:536, Centrale Raad van Beroep, 16-03-2022, 20/1174 WLZ — CRVB:2022:536
Samenvatting
CAK heeft het bezwaar op grond van artikel 6:19 van de Awb ten onrechte mede gericht geacht tegen besluit 3. Partijen hebben hier namelijk onvoldoende belang bij. De beroepsgrond dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellante niet in aanmerking komt voor een vergoeding van de kosten in bezwaar slaagt, reeds omdat appellante in dit geval met de overgelegde stukken – te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, een polisblad van een beroepsaansprakelijkheids-verzekering, een factuur en een betaalbewijs daarvan – aannemelijk heeft gemaakt dat de door mr. Kreukniet verleende rechtsbijstand wel op zakelijke basis en beroepsmatig is verleend. Daarmee doet zich in dit geval een uitzondering voor op de in de aangevallen uitspraak verwoorde hoofdregel. Uit wat hiervoor is overwogen volgt reeds dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, zodat wat appellante verder in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht geen bespreking meer hoeft. Voorts bestaat aanleiding CAK te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Betrokken advocaten
mr. S. Lalmohamed
appellant
mr. M. Kreukniet
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:4836, Rechtbank Overijssel, 21-07-2025, ak_25_953
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:477, Centrale Raad van Beroep, 28-03-2025, 23/2829 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:8241, Rechtbank Amsterdam, 18-12-2023, 23/1912
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2023:2344, Rechtbank Limburg, 04-04-2023, ROE 21/3446
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 maart 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/1174 WLZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:536