ECLI:NL:CRVB:2022:781, Centrale Raad van Beroep, 05-04-2022, 20/2694 PW — CRVB:2022:781
Samenvatting
Twee aanvragen om bijstand terecht afgewezen. Appellant heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve en verifieerbare stukken, terwijl dit als aanvrager wel van hem verwacht mag worden. Het college heeft dan ook terecht geconcludeerd dat appellant zijn bijstandbehoevendheid niet aannemelijk heeft gemaakt en de eerste aanvraag afgewezen. Het college heeft de tweede aanvraag terecht afgewezen omdat door onduidelijkheid over de feitelijke woon- en leefsituatie in de te beoordelen periode het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Betrokken advocaten
mr. S. Linders
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8158, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, C/02/439258 / JE RK 25/1576
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:5135, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-07-2025, C/02/436536 / JE RK 25-1080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:4864, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-07-2025, C/02/433077 / FA RK 25-1359
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:2848, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-05-2025, C/02/428567 / FA RK 24-5228
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 april 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/2694 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:781