ECLI:NL:CRVB:2022:831, Centrale Raad van Beroep, 11-04-2022, 21/3059 WIA — CRVB:2022:831
Samenvatting
In geschil is de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 5 september 2019 heeft vastgesteld op 43,98%. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij al in hoger beroep naar voren heeft gebracht. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Daaraan wordt toegevoegd dat de door appellant ingebrachte informatie van neuroloog K.M. van Nieuwenhuizen van 14 december 2021 niet kan leiden tot het oordeel dat de beperkingen van appellant door het Uwv zijn onderschat. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Uit de overwegingen volgt dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 5 september 2019 heeft vastgesteld op 43,98%. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2026:375, Rechtbank Overijssel, 28-01-2026, ak_25_2370
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2026:324, Rechtbank Overijssel, 27-01-2026, ak_25_1156
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1829, Centrale Raad van Beroep, 11-12-2025, 25/215 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6799, Rechtbank Overijssel, 24-11-2025, ak_25_1894
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 april 2022
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
21/3059 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:831