ECLI:NL:CRVB:2023:2466, Centrale Raad van Beroep, 14-12-2023, 21/3926 AOW — CRVB:2023:2466
Samenvatting
Deze zaak gaat over een Duitse werknemer (belanghebbende) die voor haar Duitse werkgever [naam GmbH] 3 dagen per week op kantoor in Duitsland werkte en 2 dagen in de week vanuit huis. De Raad oordeelt over de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Hiervoor is van belang vast te stellen waar belanghebbende haar woonplaats had en of zij gewoonlijk haar werkzaamheden in twee of meer lidstaten heeft verricht. De Raad stelt vast dat belanghebbende tot 1 januari 2020 haar woonplaats in Duistland had. Na 1 januari 2020 was dat in Nederland. Verder oordeelt de Raad dat vanaf 1 januari 2020 geen sprake is van plegen te werken in meerdere lidstaten. [naam GmbH] heeft namelijk niet bewust ingestemd met het werken vanuit een andere lidstaat dan Duitsland. Voor belanghebbende was Duitsland het werkland. Hierdoor is op haar zowel voor als na 1 januari 2020 de Duitse socialezekerheidswetgeving van toepassing.
Betrokken advocaten
mr. A. van der Weerd
belanghebbende
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3209, Raad van State, 17-07-2025, 202502226/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2362, Raad van State, 13-05-2025, 202502226/2/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:1476, Raad van State, 02-04-2025, 202407390/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2024:1560, Centrale Raad van Beroep, 16-07-2024, 23/1186 AOW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 december 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
21/3926 AOW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:2466