ECLI:NL:CRVB:2024:363, Centrale Raad van Beroep, 20-02-2024, 22/2356 PW — CRVB:2024:363
Samenvatting
Bijstand ten onrechte ingetrokken. Hoofdverblijf. De onderzoeksbevindingen bieden op zichzelf maar ook in onderlinge samenhang onvoldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellant in periode 1 zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres heeft gehad. Het college heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat appellant zijn woning in periode 2 heeft onderverhuurd. De onderzoeksbevindingen bieden dan ook onvoldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van het college dat appellant zijn hoofdverblijf in periode 2 niet op het uitkeringsadres heeft gehad.
Betrokken advocaten
mr. A.A.T.M. Brouns
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:7604, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-11-2025, BRE 25/2972
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:577, Centrale Raad van Beroep, 15-04-2025, 23/2415 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:8720, Rechtbank Limburg, 11-10-2024, ROE 22/2665, ROE 22/2666 EN ROE 23/2381
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11653, Rechtbank Den Haag, 30-07-2024, 21/3824
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 februari 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/2356 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:363