ECLI:NL:CRVB:2024:791, Centrale Raad van Beroep, 18-04-2024, 23/360 WW — CRVB:2024:791
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de tussentijds beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd via een vaststellingsovereenkomst. In die vaststellingsovereenkomst is een tussentijds opzegbeding opgenomen. Een dergelijk beding was in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst niet opgenomen. Met het opnemen van het tussentijdse opzegbeding in de vaststellingsovereenkomst is voldaan aan de in artikel 7:667, derde lid, van het BW neergelegde voorwaarde dat het recht tot tussentijdse opzegging voor beide partijen schriftelijk is overeengekomen. De uitsluitingsgrond van artikel 19, vierde lid, van de WW ziet op de situatie waarin níet is voldaan aan die voorwaarde. Deze uitsluitingsgrond is daarom niet van toepassing.
Betrokken advocaten
Wildenberg Advocaten, NIJMEGEN
mr. W. van de Graaff
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1577, Centrale Raad van Beroep, 29-10-2025, 24/1651 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:8183, Rechtbank Gelderland, 02-10-2025, ARN 24/1131
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:393, Centrale Raad van Beroep, 13-03-2025, 24/1357 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:260, Centrale Raad van Beroep, 19-02-2025, 24/397 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 april 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/360 WW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:791