ECLI:NL:CRVB:2025:921, Centrale Raad van Beroep, 24-06-2025, 22/2266 PW — CRVB:2025:921
Samenvatting
Intrekking hoger beroep. Proceskosten. In tegenstelling tot wat het college aanvoert, is voor een proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan niet vereist dat sprake is van een onrechtmatig besluit. Van belang is slechts dat de kosten die de andere partij vergoed wil krijgen, redelijkerwijs moeten zijn gemaakt in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter (art. 8:75 lid 1 Awb). Nu betrokkene kosten heeft moeten maken naar aanleiding van de hoger beroepsprocedure die door het college is gestart, is aan die voorwaarde voldaan.
Betrokken advocaten
Benayad Advocatuur, AMSTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:4013, Rechtbank Amsterdam, 17-06-2025, 11385299 CV EXPL 24-14072
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:6572, Rechtbank Den Haag, 24-03-2025, C/09/679384 / KG ZA 25-88
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2024:4230, Raad van State, 22-10-2024, 202405663/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2024:3607, Raad van State, 05-09-2024, 202401827/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 juni 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/2266 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:921