Juristi.nl

Bijzondere bijstand voor gordijnen afgewezen — CRVB:2026:106

bijzondere bijstand / woninginrichting / reserveringsplicht

Eiser / verzoeker

Appellante (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van Arnhem

De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de afwijzing van de bijzondere bijstand voor gordijnen in stand.

  • Bijzondere bijstand voor gordijnen werd geweigerd omdat de gemeente oordeelde dat de vrouw had kunnen reserveren voor deze kosten
  • De Raad oordeelde dat de onvoorzienbaarheid van de verhuizing niet wegneemt dat er voldoende tijd en inkomen was om te reserveren in de periode januari-juni 2022
  • Het Wajong-inkomen van de vrouw lag boven de bijstandsnorm, zodat reservering financieel mogelijk was
  • Medische noodzaak voor gordijnen werd niet voldoende onderbouwd door het overgelegde begeleidingsplan

Samenvatting

Een vrouw uit Arnhem die een Wajong-uitkering ontvangt en kampt met ernstige psychische problemen, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van gordijnen na een noodgedwongen verhuizing. De gemeente Arnhem weigerde die bijstand, en zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep stelden de gemeente in het gelijk.

De achtergrond van de zaak is bewogen. De vrouw woonde samen met haar partner, maar investeerde in december 2021 drieduizend euro in de verbouwing van een zolderkamer tot mantelzorgkamer, omdat zij door haar psychische klachten snel overprikkeld raakt. Dat hielp niet: in juni 2022 belandde zij in een crisissituatie en moest zij de woning van haar partner plotseling verlaten. Na een verblijf op een vakantiepark en een tijdelijke opvang op een zogeheten bio-camping — waarvan de kosten werden vergoed door de gemeente Lingewaard — kreeg zij in augustus 2022 een zelfstandige huurwoning toegewezen in Arnhem.

Om haar nieuwe woning in te richten, vroeg de vrouw bijzondere bijstand aan. Het college van burgemeester en wethouders wees die aanvraag af. Volgens de gemeente had de vrouw vanuit haar inkomen zelf kunnen sparen voor de inrichtingskosten. De vrouw bestreed dat standpunt. Zij voerde aan dat de verhuizing volstrekt onvoorzienbaar was, dat zij door haar psychische aandoeningen niet in staat was zelfstandig financiële beslissingen te nemen, dat zij extra lasten had door de verbouwingskosten, medische kosten en het tijdelijke verblijf, en bovendien schulden bij de belastingdienst had. Zij benadrukte ook dat gordijnen voor haar medisch noodzakelijk waren om verdere verslechtering van haar toestand te voorkomen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vrouw er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat zij werkelijk niet had kunnen reserveren voor de kosten van gordijnen. De redenering van de Raad is als volgt: hoewel de verhuizing zelf onvoorzienbaar was, gold dat niet voor de noodzaak om uiteindelijk op zichzelf te gaan wonen. Al in december 2021, toen de verbouwing van de mantelzorgkamer plaatsvond, werd duidelijk dat samenwonen met haar partner geen duurzame oplossing was. In de maanden daarna — van januari tot juni 2022 — had de vrouw dus kunnen sparen voor inrichtingskosten zoals gordijnen.

Daarnaast wees de Raad erop dat de kosten van de tijdelijke opvang door een andere gemeente werden gedragen, dat de vrouw ondanks haar psychische problematiek wel zelf in andere inrichtingskosten had voorzien, en dat een particuliere stichting haar had geholpen bij de aankoop van een bed, keukenapparatuur en vloerbedekking. De belastingaanslagen die zij ontving, dateren van februari 2023 en zijn niet relevant voor de periode waarover de Raad een oordeel moest vellen.

Ook de stelling dat haar Wajong-inkomen te laag was om te kunnen reserveren, verwierp de Raad. In mei 2022 ontving de vrouw een Wajong-uitkering van ruim duizend euro, wat iets boven de destijds geldende bijstandsnorm lag. Dat er ruimte was om te sparen, was daarmee in ieder geval niet uitgesloten.

Het hoger beroep faalt daarmee volledig. De afwijzing van de bijzondere bijstand voor de gordijnen — maximaal 250 euro — blijft in stand. De vrouw krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten of het betaalde griffierecht.

Betrokken advocaten

mr. Y. Seyran

appellante

Ozkara advocaten, ARNHEM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

20 januari 2026

Zaaknummer

24/1682 PW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CRVB:2026:106

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Centrale Raad onbevoegd: hoger beroep na verzet niet toegestaan
Centrale Raad van Beroep·1 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Turkse man krijgt WGA- in plaats van IVA-uitkering: beperkingen niet duurzaam
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad bevestigt 45% arbeidsongeschiktheid nekklachtenman
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechter bevestigt: vrouw krijgt geen WIA-uitkering wegens te lage arbeidsongeschiktheid
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad verwerpt schadeclaim man na nabetaling WAO-uitkering
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht