ECLI:NL:CRVB:2026:189, Centrale Raad van Beroep, 19-02-2026, 24/1551 WAO-V — CRVB:2026:189
Samenvatting
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat appellant het griffierecht tijdig heeft betaald. Uit navraag bij het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) is gebleken dat het betaalde bedrag is teruggestort vanwege het ontbreken van een juist betalingskenmerk. Omdat appellant een tijdige betaling heeft kunnen bewijzen met een kopie van zijn bankafschriften, oordeelt de Raad dat er geen sprake is geweest van verzuim.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2024:1066, Raad van State, 13-03-2024, 202306930/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:14744, Rechtbank Den Haag, 14-12-2017, NL17.5594
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2017:6775, Rechtbank Amsterdam, 21-09-2017, AWB 17-3769, 17-4264, 17-5015 en 17-5016
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2017:6105, Rechtbank Amsterdam, 15-03-2017, AWB - 16 _ 4680
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 februari 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/1551 WAO-V
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:189