ECLI:NL:CRVB:2026:230, Centrale Raad van Beroep, 18-02-2026, 22/2366 ZW — CRVB:2026:230
Samenvatting
Intrekking en terugvordering ZW en WW-uitkering met terugwerkende kracht over de periode van 22 december 2016 tot en met 31 maart 2019 terecht. Terecht geoordeeld dat appellante niet verzekerd was voor de ZW en de WW. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het Uwv voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellante in de periode van 1 februari 2016 tot haar ziekmelding niet voor werkgever heeft gewerkt en dat sprake is geweest van een zogeheten gefingeerde dienstbetrekking. Ook in hoger beroep is appellante er niet in geslaagd om door middel van objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat zij voor werkgever heeft gewerkt. Geen aanleiding om op grond van een dringende reden geheel of gedeeltelijk van intrekking of terugvordering af te zien. Van vooringenomenheid van het Uwv bij het ingestelde fraudeonderzoek, is volgens de Raad geen sprake.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1340, Hoge Raad, 19-09-2025, 25/00611
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:1339, Hoge Raad, 19-09-2025, 25/00613
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3471, Rechtbank Rotterdam, 17-03-2025, C/10/687330 / HA RK 24-952
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:1718, Rechtbank Rotterdam, 22-01-2025, C/10/671343 / HA ZA 24-19
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/2366 ZW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:230