ECLI:NL:CRVB:2026:268, Centrale Raad van Beroep, 03-03-2026, 24/1094 TOZO — CRVB:2026:268
Samenvatting
Gedeeltelijk toekenning TOZO-uitkering. Hoofdverblijf. Uitspraak na judiciële lus. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in de te beoordelen periode haar hoofdverblijf op het door haar opgegeven adres in de gemeente Vught had. Niet valt in te zien waarom het college niet mocht uitgaan van de juistheid van de verklaring van appellante in de aangifte IB 2021 dat zij vanaf 2 augustus 2021 in Marokko woonde. Ook de overige door appellante overgelegde stukken, zoals de inschrijving in het BRP en de eindafrekening van het waterbedrijf) bieden geen toereikende feitelijke grondslag voor een andere conclusie.
Betrokken advocaten
mr. S. Cavdarci
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1949, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.26082 en NL25.38859
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1912, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL25.60722
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1566, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, 25.59093
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:312, Raad van State, 20-01-2026, 202402367/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/1094 TOZO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:268