ECLI:NL:CRVB:2026:308, Centrale Raad van Beroep, 12-03-2026, 24/1845 JW — CRVB:2026:308
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen Procesbelang. Het geschil betreft de beoordeling van een reeds verstreken periode. Desgevraagd heeft gemachtigde van appellant ter zitting betoogd dat het procesbelang is gelegen in de omstandigheid dat appellant schade heeft geleden doordat zijn moeder aan hem jeugdhulp heeft verleend en hiervoor geen vergoeding heeft gekregen. Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken dat appellant kosten heeft gemaakt, dan wel dat een betalingsverplichting voor hem is ontstaan vanwege aan hem geleverde extra ondersteuning in de hier voorliggende verstreken periode. Namens appellant is meegedeeld dat er geen facturen zijn ten aanzien van dergelijke uren en niet is gebleken dat er op dit punt een concrete vordering ligt. Gelet op deze omstandigheden acht de Raad het op voorhand onaannemelijk dat appellant schade heeft geleden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24363, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, 09-002901-21
Rechtbank Den Haag · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7290, Rechtbank Overijssel, 12-12-2025, ak_25_1185
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23335, Rechtbank Den Haag, 04-12-2025, 25/4164
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:814, Centrale Raad van Beroep, 27-05-2025, 23/2706 BBZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/1845 JW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:308