ECLI:NL:CRVB:2026:37, Centrale Raad van Beroep, 06-01-2026, 23/2821 PW — CRVB:2026:37
Samenvatting
Afwijzingen aanvragen. Algemene en bijzondere bijstand. Onduidelijke financiële situatie. Incidenteel hoger beroep. Proceskostenveroordeling. Schadevergoeding redelijke termijn. Verbetering van gronden. In ECLI:NL:CRVB:2025:747 is geoordeeld dat in de periode tot 27 juni 2019 onvoldoende inzicht bestond in de financiële situatie van appellanten. Er bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel over de periode na 27 juni 2019 en daarmee ook niet voor de periode vanaf 1 november 2019. Uit het IMK-rapport blijkt dat de boekhouding van de stichting niet betrouwbaar, niet (meer) verifieerbaar en niet controleerbaar is. Om die reden kan niet worden vastgesteld wat de werkelijke geldstromen naar en vanuit de stichting waren. Gelet op deze financiële onduidelijkheid is de enkele uitschrijving als bestuurder onvoldoende om aannemelijk te achten dat appellanten in de periode van 1 november 2019 tot en met 18 maart 2020 in bijstand behoevende omstandigheden verkeerden.
Betrokken advocaten
mr. S.L.J.H. Stevenhaagen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:7197, Rechtbank Midden-Nederland, 05-12-2025, 25/6191
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1676, Centrale Raad van Beroep, 11-11-2025, 24/307 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10143, Rechtbank Limburg, 17-10-2025, ROE 24/3460
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7383, Rechtbank Midden-Nederland, 08-08-2025, UTR 25/3897
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 januari 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/2821 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:37