Juristi.nl

Hoger beroep WW-geschil niet-ontvankelijk door vaststellingsovereenkomst met UWV — CRVB:2026:374

WW / polisadministratie correctieverzoek / niet-ontvankelijkheid op grond van vaststellingsovereenkomst

Eiser / verzoeker

Appellant (particulier)

VS

Verweerder / gedaagde

Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak valt onder de finale kwijting van de vaststellingsovereenkomst die appellant in 2020 met het UWV sloot.

  • De vaststellingsovereenkomst van 15 mei 2020 bevat een finale kwijtingsbeding voor de periode vóór 1 mei 2020, inclusief verbod op nieuwe procedures.
  • De Centrale Raad oordeelde in een parallelle zaak dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen en appellant daaraan gebonden is.
  • Omdat de WW-kwestie over 2013 valt binnen de reikwijdte van de finale kwijting, is inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep uitgesloten.
  • Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder dat de inhoudelijke argumenten over de polisadministratie worden beoordeeld.

Samenvatting

Een man uit een niet nader genoemde woonplaats vocht jarenlang met het UWV over de juistheid van zijn gegevens in de polisadministratie. Concreet stelde hij dat het aantal loondagen dat over 2013 was geregistreerd — 208 — niet klopte, en dat ook zijn meerdere dienstverbanden niet goed waren verwerkt. Hij diende in oktober 2021 een correctieverzoek in bij het UWV.

Het UWV weigerde dat verzoek te behandelen. Er waren volgens de uitvoeringsinstantie geen stukken overgelegd die aantoonden dat de polisadministratie onjuist was. Het getal van 208 uren was destijds handmatig ingevoerd als minimum om zijn recht op een WW-uitkering te kunnen vaststellen, en later waren alsnog de daadwerkelijke werkgeversgegevens toegevoegd. Het UWV zag geen reden voor nader onderzoek, zeker niet omdat eerdere procedures over dezelfde kwestie al waren gevoerd en beslist.

De rechtbank Noord-Nederland bevestigde dat standpunt in december 2022. Zij oordeelde dat het UWV voldoende had uitgelegd hoe de uren in de polisadministratie waren verwerkt, en dat appellant onvoldoende concreet had gemaakt dat die gegevens onjuist waren. Bovendien verwees de rechtbank naar een eerdere uitspraak uit 2017, waarin al was geoordeeld dat het UWV mocht uitgaan van een dienstbetrekking bij een bepaald bedrijf. De man ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Daar stuitte zijn zaak echter op een fundamenteel obstakel: een vaststellingsovereenkomst die appellant in mei 2020 had gesloten met het UWV. In die overeenkomst was afgesproken dat partijen over de periode vóór 1 mei 2020 'finale kwijting' hadden verleend — met andere woorden: over en weer zouden geen claims meer worden ingediend. Appellant had zich daarbij ook verplicht alle lopende en toekomstige procedures, bezwaren en verzoeken over die periode in te trekken.

In een parallelle uitspraak, gedaan op dezelfde dag, oordeelde de Centrale Raad dat deze vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat er geen reden was appellant daar niet aan te houden. Nu de WW-kwestie over 2013 — ruimschoots vóór 1 mei 2020 — valt, staat de overeenkomst een inhoudelijke behandeling in de weg. De Centrale Raad verklaarde het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk, zonder de inhoudelijke argumenten van appellant te beoordelen.

Betrokken advocaten

mr. D. de Jong

verweerder

Clairfort Advocaten, ZEIST

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Zaaknummer

23/352 WW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CRVB:2026:374

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Raad van Beroep: man blijft gebonden aan vaststellingsovereenkomst met UWV
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep man tegen UWV niet-ontvankelijk door vaststellingsovereenkomst
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechter bevestigt weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep schadeclaim UWV sneuvelt op vaststellingsovereenkomst
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad wijst verletkosten WIA-spreekuren zelfstandige af
Centrale Raad van Beroep·2 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht