ECLI:NL:CRVB:2026:47, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 25/336 AOR — CRVB:2026:47
Samenvatting
Afwijzing aanvraag om erkenning als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR. Terecht geoordeeld dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in AOR-omstandigheden heeft verkeerd. Op grond van de beschikbare gegevens, waaronder mede de gegevens uit de dossiers van broers en zusters van appellant heeft ook de Raad niet kunnen vaststellen dat appellant de bestorming en mishandeling van zijn moeder heeft meegemaakt. Met betrekking tot de door appellant gestelde dreigende situatie rondom de ouderlijke woning is de Raad met verweerder van oordeel dat een dergelijke algemene situatie niet onder de werking van de AOR kan worden gebracht. Voor het aanvaarden van een AOR-omstandigheid is van belang dat een aanvrager persoonlijk direct betrokken is geweest bij een gebeurtenis.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:443, Raad van State, 29-01-2026, BRS.26.000117
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:464, Rechtbank Den Haag, 05-01-2026, NL25.62664
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25586, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, 25.62156
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23436, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, NL25.58157 en NL25.58160
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 januari 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
25/336 AOR
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:47