ECLI:NL:GHAMS:2018:1389, Gerechtshof Amsterdam, 24-04-2018, 200.215.339/01 — GHAMS:2018:1389
Samenvatting
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van de appellanten. Niet gebleken dat er ten tijde van aanhangig maken van dit appel geen bekende (potentiële) baten van de beide ontbonden appellanten meer aanwezig waren; zij waren toen dus niet opgehouden te bestaan. Afwijzing. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:163 en ECLI:NL:GHAMS:2021:3858.
Betrokken advocaten
mr. T.P. Hoekstra te Amsterdam
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:122, Gerechtshof Amsterdam, 20-01-2026, 200.355.687/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8046, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, 200.357.224/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11672, Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, 457765
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15558, Rechtbank Noord-Holland, 11-12-2025, C/15/367719 FA RK 25-3706
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2018
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.215.339/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:1389