ECLI:NL:GHAMS:2021:3418, Gerechtshof Amsterdam, 09-11-2021, 200.283.880/01 — GHAMS:2021:3418
Samenvatting
Niet is komen vast te staan dat appellante een collectief belang ex artikel 3:305a BW, dan wel een eigen belang heeft bij het instellen van een procedure tegen geïntimeerden, reden waarom appellante geen belang heeft bij het verzochte getuigenverhoor. Appellante heeft onvoldoende duidelijk gemaakt op welk feitelijk gebeuren het voorlopig getuigenverhoor betrekking heeft. Er is sprake van een fishing expedition. Het verzoek van appellante voldoet niet aan de in de wet gestelde eisen voor toewijzing daarvan en wordt afgewezen. Wetsartikelen: 3:305a BW, 166 Rv, 186 Rv, 187 Rv
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2023:1062, Gerechtshof Amsterdam, 16-05-2023, 200.324.964/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2020:3888, Rechtbank Amsterdam, 02-07-2020, C/13/676801 / HA RK 19-422
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2019:3451, Rechtbank Amsterdam, 13-05-2019, C/13/666141 / KG ZA 19-500 MDvH/MB
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2019:933, Rechtbank Den Haag, 05-02-2019, C/09/565043 / KG ZA 18-1316
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 november 2021
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.283.880/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3418