ECLI:NL:GHAMS:2024:588, Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, 200.280.409/01 — GHAMS:2024:588
Samenvatting
Betreft vordering van vereffenaar – voorheen bewindvoerder – nalatenschap van moeder op een van de zonen en diens vrouw, wegens beweerdelijk onrechtmatig aan de nalatenschap onttrokken gelden. Door de rechtbank was bij mondeling vonnis een bedrag van ruim 3 miljoen toegewezen. De zoon en zijn vrouw komen in hoger beroep. Het hof overweegt dat de door de vereffenaar aangevoerde grondslagen onrechtmatige daad en/of ongerechtvaardigde verrijking afketsen op het feit dat onvoldoende is komen vast te staan dat erflaatster niet in staat was haar wil te bepalen en/of dat zij het niet eens was met de wijze waarop haar vermogen werd beheerd. Ook misbruik van omstandigheden kan niet worden aangenomen. Volgt vernietiging van het vonnis in eerste aanleg, met toewijzing van de in hoger beroep nieuw door de vereffenaar ingestelde eis tot terugbetaling van een lening, die op zichzelf niet wordt betwist door de zoon en zijn vrouw.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2022:2437, Rechtbank Amsterdam, 20-04-2022, C/13/699369 / HA ZA 21-279
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2021:2337, Gerechtshof Amsterdam, 03-08-2021, 200.270.050/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2020:11003, Rechtbank Rotterdam, 09-12-2020, C/10/551029 / HA ZA 18-520
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2020:10688, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2020, C/10/589073 / HA ZA 20-8
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.280.409/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:588