ECLI:NL:GHAMS:2024:776, Gerechtshof Amsterdam, 26-03-2024, 200.295.604/01 — GHAMS:2024:776
Samenvatting
Bij tussenbeschikking van 27 september 2022 is geïntimeerde toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij gemiddeld 54 uren per week werkte, althans meer dan gemiddeld zestig uren per maand en/of dat hij naast de salarisbetalingen die hij per bank van Meteora ontving, ook contante betalingen ontving. Geïntimeerde is overleden, zijn advocaat heeft zich onttrokken en er hebben zich geen erven gesteld die om schorsing van de procedure hebben gevraagd. Op grond van artikel 225 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt, wanneer geen schorsing van het geding is verzocht, de zaak op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet. Nu geïntimeerde niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs, wordt het bestreden vonnis gedeeltelijk vernietigd en wordt de vordering van appellant in zoverre toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:8606, Rechtbank Noord-Holland, 12-08-2025, 11701581 \ AO VERZ 25-68
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5678, Rechtbank Amsterdam, 29-07-2025, 11744546
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:12909, Rechtbank Noord-Holland, 03-12-2024, 11337391 \ AO VERZ 24-32
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:2236, Rechtbank Amsterdam, 19-04-2024, C/13/747836 / KG ZA 24-205
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.295.604/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:776