ECLI:NL:GHAMS:2025:1753, Gerechtshof Amsterdam, 08-07-2025, 200.340.915 — GHAMS:2025:1753
Samenvatting
aan de orde is de vraag of het overeengekomen relatiebeding, vooruitlopend op een (eventueel) te voeren bodemprocedure, moet worden geschorst. Hiervoor moet de reikwijdte van het overeengekomen relatiebeding worden bepaald. Partijen verschillen van mening over de betekenis van het begrip ‘relaties’ in dat beding. Volgens het hof is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een arbeidsverhouding tussen de uitlener en de feitelijke inlener als bedoeld in artikel 9a Waadi. De ter beschikking gestelde werknemer geniet in dit geval de bescherming van het belemmeringsverbod. Voldoende aannemelijk is derhalve dat het relatiebeding in een eventuele bodemprocedure nietig zal worden verklaard. Wetsartikelen: art. 9a Waadi
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2279, Gerechtshof Amsterdam, 02-09-2025, 200.330.076
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4787, Rechtbank Amsterdam, 09-07-2025, 770042
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:1157, Gerechtshof Den Haag, 24-06-2025, 200.328.582/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:796, Gerechtshof Den Haag, 01-05-2024, 200.337.624/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.340.915
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1753