ECLI:NL:GHAMS:2025:2133, Gerechtshof Amsterdam, 12-08-2025, 200.348.900/01 — GHAMS:2025:2133
Samenvatting
Huur woonruimte. Vordering verlening medehuurderschap. In hoger beroep is genoegzaam komen vast te staan dat 37-jarige dochter een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert met haar vader. De dochter woont al 35 jaar met haar vader in de gehuurde woning. Na een zo lange tijd is het niet meer reëel aan te nemen dat de situatie aflopend is. De inschrijving van Woningwet was een – begrijpelijke – veiligheidsvoorziening. De wijze waarop de vader en de dochter hun leven in de woning vorm geven (gezamenlijke activiteiten, gezamenlijk gebruik van de woning), maakt hun samenleven tot een gemeenschappelijke huishouding. Er bestaat ook financiële verwevenheid. Het feit dat de dochter aan de vader mantelzorg verleent doet niet af aan de duurzaamheid of aan de gemeenschappelijkheid van de huishouding. Er is voldoende wederkerigheid. Medehuurderschap wordt alsnog verleend. Wetsartikelen: 7:267 BW
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5742, Raad van State, 26-11-2025, 202401761/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1707, Centrale Raad van Beroep, 18-11-2025, 24/2053 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5457, Raad van State, 12-11-2025, 202407413/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12064, Rechtbank Noord-Holland, 08-10-2025, 11179890 \ CV EXPL 24-4437
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 augustus 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.348.900/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2133