ECLI:NL:GHARL:2022:6937, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-07-2022, 21-002701-20 — GHARL:2022:6937
Samenvatting
Vrijspraak ten aanzien van het medeplegen van diefstal en heling van een motorboot. Het hof constateert dat er weliswaar sprake van wettig bewijs, maar kan de daadwerkelijke gang van zaken rond het wegnemen niet ondubbelzinnig vaststellen. Tevens vrijspraak ten aanzien van opzettelijke brandstichting, nu de brand per ongeluk is ontstaan, zonder dat verdachte de aanmerkelijke kan op het ontstaan van de brand welbewust heeft aanvaard. Het hof overweegt dat verdachte door opzettelijk haar eigen brandende boot te verlaten, die brandende boot achter te laten en weg te varen, wetende dat aan haar brandende boot een andere boot was vastgemaakt, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de andere boot ook vlam zou vatten. De kans dat de andere boot daarmee schade zou oplopen is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. Door vervolgens beide boten op deze wijze achter te laten heeft verdachte deze kans op schade bewust op de koop toegenomen. Het hof veroordeelt verdachte voor vernieling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren, een taakstraf voor de duur van 120 uren. Verder beslist het hof dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2026:512, Rechtbank Overijssel, 03-02-2026, 71.293211.22
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:994, Rechtbank Amsterdam, 03-02-2026, 13/135019-25 (A) en 13/062170-25 (B) (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:296, Rechtbank Midden-Nederland, 02-02-2026, 16/327615-22
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:26, Rechtbank Noord-Nederland, 09-01-2026, 18.109565.25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juli 2022
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-002701-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:6937