Hof beveelt vervolging oud-burgemeester voor valse machtiging huiszoeking — GHARL:2026:1843
artikel 12 Sv-beklag / valsheid in geschrift / machtiging binnentreden
Eiser / verzoeker
Klager (bewoner bedrijfspand)
Verweerder / gedaagde
Voormalig waarnemend burgemeester en medewerkers/ambtenaren van de gemeente
Het hof beveelt de officier van justitie een strafvervolging in te stellen tegen de voormalig waarnemend burgemeester wegens valsheid in geschrift (art. 225 Sr); het beklag tegen de overige beklaagden en voor huisvredebreuk en discriminatie wordt afgewezen.
- Het hof oordeelt dat de tweede machtiging tot binnentreden geantedateerd is en daarmee een redelijk vermoeden van valsheid in geschrift oplevert tegen de voormalig waarnemend burgemeester
- Van officiële machtigingen die een inbreuk op het huisrecht rechtvaardigen, moet men kunnen verwachten dat deze naar waarheid zijn opgemaakt; het hof verwerpt de kwalificatie van het OM als louter administratieve onzorgvuldigheid
- Het beklag ten aanzien van huisvredebreuk wordt afgewezen omdat de bestuursrechtelijke weg al doorlopen is en strafrecht geen toegevoegde waarde heeft
- Het beklag voor discriminatie en het beklag tegen de overige ambtenaren worden ongegrond verklaard bij gebrek aan aanknopingspunten
- Het hof gelast nader forensisch onderzoek naar de handtekening op de tweede machtiging en het horen van twee ambtenaren als getuigen
Samenvatting
Een man uit een gemeente in het Gelderse beklaagde zich bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de beslissing van het Openbaar Ministerie om geen strafvervolging in te stellen na een omstreden controle aan zijn woning. Het hof gaf hem gedeeltelijk gelijk en beval alsnog vervolging van de voormalig waarnemend burgemeester.
De zaak begon op 17 mei 2022, toen BOA's in het kader van een bestuursrechtelijke controle gericht op ondermijning, drugsgerelateerde activiteiten en illegale bewoning een bedrijventerrein bezochten. Ook de woning van klager — een bedrijfspand met woning — werd betreden. De BOA's toonden een machtiging tot binnentreden, gedateerd 16 mei 2022 en ondertekend door de waarnemend burgemeester. Maar klager stelde dat de machtiging meerdere gebreken vertoonde: het doel van het binnentreden was niet ingevuld, en bovendien waren niet de genoemde personen binnengekomen.
Tijdens een bezwaarprocedure ontdekte klager dat er een tweede machtiging bestond, eveneens gedateerd op 16 mei 2022 maar wél met een ingevuld doel. Hij liet een reproductie van de handtekening op die tweede machtiging onderzoeken door een handschriftdeskundige. Die concludeerde dat de handtekening hoogstwaarschijnlijk authentiek met de hand was gezet — niet gestempeld. Klager deed aangifte van valsheid in geschrift, huisvredebreuk en discriminatie.
Het Openbaar Ministerie zag geen reden tot vervolging. De officier van justitie vond dat eventuele onzorgvuldigheden rond de machtiging niet strafrechtelijk van aard waren, maar hooguit wezen op gemakzucht of ondeskundigheid. Het bestuursrechtelijke traject — waarin de klachten van klager al gegrond waren verklaard — was volgens de officier het geëigende middel.
In raadkamer bij het hof verklaarde de voormalig waarnemend burgemeester dat híj op maandag 16 mei 2022 alle machtigingen eigenhandig had ondertekend. Pas later die week hoorde hij van twee ambtenaren dat de eerste machtiging voor de woning van klager onjuist was opgemaakt, en dat er daarna een tweede, gecorrigeerde machtiging was opgesteld. Die tweede machtiging was echter ondertekend met zijn digitale of stempelhandtekening, zonder zijn toestemming. Hij vermoedt dat de tweede machtiging pas op 17 mei 2022 is opgemaakt — tijdens de actie zelf — maar is geantedateerd op 16 mei 2022.
Het hof oordeelde scherper dan het OM. Voor huisvredebreuk en discriminatie volgde het de officier: de BOA's traden op basis van een schriftelijke machtiging binnen, en klager had zijn bezwaren al via de bestuursrechter kunnen laten toetsen. Strafrecht had daar geen toegevoegde waarde meer.
Maar voor valsheid in geschrift lag dat anders. Het hof stelde vast dat de handtekening op de tweede machtiging ná 16 mei 2022 is geplaatst en dus geantedateerd is. Dat is volgens het hof geen louter administratieve slordigheid. Het binnentreden van een woning vormt een ernstige inbreuk op het huisrecht en de privésfeer van bewoners, en van officiële documenten die dat binnentreden rechtvaardigen moet men kunnen verwachten dat ze naar waarheid en met alle wettelijke waarborgen zijn opgemaakt. Ook rechterlijke instanties moeten op die documenten kunnen vertrouwen.
Het hof zag geen aanwijzingen dat de handtekening door één van de andere beklaagde ambtenaren was geplaatst, dus het beklag tegen hen werd afgewezen. Ten aanzien van de voormalig waarnemend burgemeester oordeelde het hof dat er wél een redelijk vermoeden van schuld bestaat aan valsheid in geschrift. Het hof beval de officier van justitie om een strafvervolging in te stellen op grond van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, en gelastte nader onderzoek: het horen van twee betrokken ambtenaren als getuigen en forensisch onderzoek naar de handtekening op de tweede machtiging.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2600, Gerechtshof Den Haag, 09-12-2025, 200.327.199-02
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:6041, Rechtbank Gelderland, 28-08-2024, 424328
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHARL:2023:9881, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-11-2023, 200.305.120
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2023:1677, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-02-2023, 200.317.074
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
K24/210651
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1843