Eigenaar dodelijk Aquapark veroordeeld na verdrinking negenjarige — GHARL:2026:1916
dood door schuld / overtreding Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Verdachte, eigenaar/exploitant Aquapark
Verdachte veroordeeld voor dood door schuld en overtreding van de Warenwet; het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en legde een andere (niet nader gespecificeerde) straf op.
- Het Aquapark voldeed niet aan de veiligheidseisen van het WAS: gevaarlijke openingen, defecte klittenbandsluiting op PVC-flappen, te lange karabijnhaken, afgeplakte overdrukventielenen en ontbrekend goedkeuringscertificaat
- Het hof acht bewezen dat onvoldoende toezicht werd gehouden en personeel onvoldoende was geïnstrueerd, wat bijdroeg aan het overlijden van het negenjarige meisje
- Het verweer dat de CE-markering bij aankoop voldoende garantie bood en dat de onderzoeksrapporten niet representatief waren, werd verworpen
- Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank (twee geldboetes van elk €21.750) en legde een andere straf op
- Verdachte is veroordeeld voor zowel dood door schuld (feit 1) als overtreding van de Warenwet/WAS (feit 2), gekwalificeerd als economisch delict
Samenvatting
Op 16 juni 2021 speelde een negenjarig meisje op een drijvend opblaasbaar speeltoestel — een zogenoemd Aquapark — op een recreatieplas in Overijssel. Rond vier uur 's middags werd ze onder water aangetroffen, vastgeklemd onder de elementen van het toestel. Ze werd uit het water gehaald en gereanimeerd, maar overleed de volgende avond in het UMC Utrecht aan ernstige hersenschade door zuurstoftekort. Verdrinking was de primaire doodsoorzaak.
De eigenaar en exploitant van het Aquapark, een man die het toestel tweedehands had gekocht en het sinds 2016 gebruikte, werd voor de rechtbank in Zwolle strafrechtelijk vervolgd. De rechtbank veroordeelde hem in oktober 2022 voor dood door schuld en overtreding van de Warenwet. Hij moest twee geldboetes betalen van elk 21.750 euro.
De man ging in hoger beroep. Zijn advocaat voerde aan dat het speeltoestel jarenlang probleemloos was gebruikt, dagelijks grondig werd gecontroleerd en dat er voldoende toezicht was gehouden. Omdat op het toestel 'CE' stond vermeld, mocht de eigenaar er volgens de verdediging van uitgaan dat hij een goedgekeurd en deugdelijk product had aangeschaft. Bovendien zou hij nooit op de hoogte zijn gesteld van een eerder keuringsrapport van TÜV Nederland uit 2015, waaruit bleek dat er al gebreken aan het toestel zaten ten tijde van aankoop. De verdediging stelde ook dat de onderzoeksrapporten die na het ongeluk zijn opgesteld niet representatief waren.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwierp de vrijspraakargumenten. Uit het strafdossier bleek dat het speeltoestel op meerdere gevaarlijke punten niet voldeed aan de veiligheidseisen van het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS). Zo waren er openingen en ruimtes in het toestel waarin lichaamsdelen of badkleding konden beklemmen of verstrikken. De klittenbandsluiting op PVC-flappen — onderdelen die moesten voorkomen dat gebruikers tussen de opblaasbare elementen terecht konden komen — functioneerde niet meer naar behoren. Verbindingskarabijnhaken waren te lang, sommige verbindingsringen waren helemaal niet vastgemaakt, overdrukventielenwaren afgeplakt met ducttape en de gebruikersinformatie was onvolledig. Bovendien beschikte de man niet over een geldig certificaat van goedkeuring.
Naast de gebreken aan het toestel zelf oordeelde het hof ook dat er onvoldoende toezicht werd gehouden bij het speeltoestel en dat het aanwezige personeel onvoldoende was geïnformeerd en geïnstrueerd. Al deze tekortkomingen samen maakten dat het overlijden van het meisje aan de schuld van de eigenaar te wijten was in de zin van dood door schuld.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en legde de verdachte een andere straf op. Ook kwam het hof tot een gedeeltelijk andere beslissing over de inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder het speeltoestel zelf.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:22419, Rechtbank Den Haag, 24-12-2024, C/09/ 666443 HA ZA 24-437
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2022:7578, Rechtbank Gelderland, 07-12-2022, C/05/388303 / HZ ZA 21-187
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2022:6962, Rechtbank Noord-Holland, 10-08-2022, C/15/328079 / HA ZA 22-307
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2022:2277, Rechtbank Gelderland, 04-05-2022, C/05/395177 / HZ ZA 21-357
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-004618-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1916