Hof stelt hennepvoordeel man op ruim €200.000 na hoger beroep — GHARL:2026:1985
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / hennepteelt
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1989)
Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast en legt de verdachte een betalingsverplichting aan de Staat op; het exacte eindbedrag wijkt af van de €296.317,67 die de rechtbank had vastgesteld.
- Het hof vernietigt de ontnemingsbeslissing van de rechtbank Noord-Nederland en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast op basis van eigen berekeningen.
- Voor de hennepkwekerij in plaats 1 worden 1399 planten en 4 oogsten aangehouden, resulterend in een netto voordeel van €543.249,24 voor die kwekerij gezamenlijk.
- Voor de hennepkwekerij in plaats 2 worden 1414 planten en 3 oogsten aangehouden (Haze-soort, langere cyclus, diefstal meegewogen), elektriciteitskosten worden niet afgetrokken omdat stroom werd gestolen.
- Het aandeel van de verdachte in het totale voordeel wordt bepaald op basis van de omstandigheden van het geval, nu de exacte verdeling tussen medeplegers niet uit de stukken blijkt.
- Het primaire verweer van de verdediging (niet-ontvankelijkheid OM) en de subsidiaire stelling dat het voordeel hooguit €30.653 bedroeg, worden door het hof verworpen.
Samenvatting
Een man die werd veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt in twee grote kwekerijen in Duitsland, kreeg in hoger beroep te maken met een herberekening van het bedrag dat hem moet worden afgenomen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde de eerdere beslissing van de rechtbank Noord-Nederland en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast.
De twee hennepkwekerijen bevonden zich in Duitsland en werden in de periode 2020-2021 geëxploiteerd. De eerste kwekerij, in een loods, werd ontdekt door de Duitse politie in februari 2022. Hoewel er op dat moment geen planten meer aanwezig waren, bleek uit berichtenverkeer via de versleutelde communicatiediensten EncroChat en Sky ECC dat er wel degelijk een kwekerij had gefunctioneerd. Op foto's werden 1399 potten geteld. Het hof ging uit van vier oogsten in de bewezenverklaarde periode van ruim een jaar. Na aftrek van kosten voor elektriciteit, huur, stekken en het knippen van de planten, berekende het hof een netto voordeel van ruim €543.000 voor deze kwekerij in totaal.
De tweede kwekerij werd in mei 2021 daadwerkelijk door de politie aangetroffen, met 1414 hennepplanten verdeeld over twee ruimtes. Het ging om een Haze-soort met een langere kweekcyclus van circa dertien weken. Omdat er aanwijzingen waren voor een diefstal van hennep tijdens de exploitatieperiode, rekende het hof slechts drie oogsten mee. De elektriciteit bleek te zijn gestolen, waardoor die kosten niet in mindering werden gebracht. Het netto voordeel voor deze kwekerij werd vastgesteld op ruim €353.000.
De verdediging voerde aan dat de man hooguit €30.653 voordeel had genoten en bepleitte een forse matiging. Zijn raadsman stelde ook dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat in de onderliggende strafzaak vrijspraak was bepleit. Die argumenten vonden geen gehoor bij het hof. Wel hield het hof rekening met het feit dat meerdere personen bij de kwekerijen betrokken waren en dat niet alle betrokkenen bekend zijn geworden. Hoe de opbrengsten precies werden verdeeld, bleek niet uit de stukken. Het hof bepaalde daarom op basis van alle bekende omstandigheden welk deel van het totale voordeel aan de man kan worden toegerekend.
Het hof vernietigde de beslissing van de rechtbank, die het wederrechtelijk verkregen voordeel had vastgesteld op €296.317,67, en legde de man een betalingsverplichting aan de Staat op van ruim €200.000 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:7951, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2025, 21-001526-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14770, Rechtbank Rotterdam, 01-12-2025, 25-009428
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7021, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-10-2025, 21-003532-19
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7173, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 02.124298.25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-000102-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1985