ECLI:NL:GHDHA:2023:1494, Gerechtshof Den Haag, 08-08-2023, 200.235.298/02 — GHDHA:2023:1494
Samenvatting
Erflaatster heeft bij leven haar villa verkocht aan haar zoon onder voorbehoud van het recht van bewoning. Erflaatster heeft alleen haar zoon tot erfgenaam benoemd. Door het feitelijk handelen van erflaatster en haar zoon is het vermogen van erflaatster verschoven naar haar zoon. De legitimaris staat in beginsel met lege handen. De handelswijze van de zoon/erfgenaam acht het hof in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die hij in acht had dienen te nemen jegens de legitimaris. De zoon wist dat hij een aanzienlijke schuld had aan erflaatster. Van hem had in redelijkheid mogen worden verlangd dat hij een deugdelijke administratie had bijgehouden van het aflossen/verrekenen van zijn schuld aan erflaatster. De zoon heeft niet aangetoond dat hij een bedrag van NLG 479.500 aan erflaatster heeft terugbetaald. Bij de berekening van de legitieme dient dus rekening te worden gehouden met het bedrag van NLG 479.500.
Betrokken advocaten
H.J.W. Alt
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2024:1200, Rechtbank Amsterdam, 06-03-2024, C/13/735917 / HA ZA TSV1 23-614
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:2319, Gerechtshof Amsterdam, 26-09-2023, 200.261.420/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2818, Gerechtshof Den Haag, 01-11-2022, 200.297.449/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2022:4021, Rechtbank Noord-Holland, 13-04-2022, C/15/309578 / HA ZA 20-710
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 augustus 2023
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.235.298/02
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:1494