Rechter veroordeelt ondernemer voor omkoping Sint Maartense minister — OGEAM:2026:40
ambtelijke omkoping / misbruik van functie / bouwvergunningen
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie Sint Maarten
Verweerder / gedaagde
Verdachte (ondernemer Sint Maarten)
Verdachte veroordeeld voor actieve ambtelijke omkoping en medeplegen van misbruik van functie; het Openbaar Ministerie is deels niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring voor de periode vóór 10 mei 2017.
- Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor periode vóór 10 mei 2017 wegens verjaring van het onder feit 2 tenlastegelegde misbruik van functie
- Verweer niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbrekende huiszoekinsstukken verworpen: wettelijk niet vereist deze aan het dossier toe te voegen
- Actieve ambtelijke omkoping bewezen: giften/beloften aan minister van VROMI voor voorkeursbehandeling bij bouwvergunningen
- Medeplegen misbruik van functie bewezen voor de periode 10 mei 2017 tot 15 januari 2018
- Gerecht benadrukt bijzondere integriteitsplicht ministers op grond van ambtseed en voorbeeldfunctie
Samenvatting
Een ondernemer op Sint Maarten is veroordeeld wegens actieve ambtelijke omkoping en het medeplegen van misbruik van functie. De zaak, die voortkwam uit het strafrechtelijk onderzoek 'Jasmine', draaide om vermeende onregelmatigheden bij de afgifte van bouwvergunningen tijdens het bewind van een voormalige minister van het ministerie van VROMI op Sint Maarten.
Volgens het Openbaar Ministerie gaf de toenmalige minister van VROMI bepaalde personen en bedrijven, waaronder de verdachte, een voorkeursbehandeling bij het verkrijgen van bouwvergunningen. De verdachte zou daar actief aan hebben bijgedragen door giften of beloften te doen aan de minister, met het oogmerk hem te bewegen tot ambtelijke handelingen in zijn voordeel. Ook wordt hij verweten medeplichtig te zijn geweest aan het misbruik dat de minister van zijn functie maakte.
Voor de inhoudelijke behandeling diende het gerecht eerst een reeks formele verweren te beoordelen. De verdediging betoogde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat stukken over een eerdere huiszoeking aanvankelijk ontbraken in het dossier. Het gerecht verwierp dit verweer: die stukken hoefden wettelijk gezien niet aan dit dossier te worden toegevoegd, en van een ernstige schending van de procesorde was geen sprake.
Wel speelde verjaring een rol. Een deel van de tenlastegelegde periode — het medeplegen van misbruik van functie — betrof handelingen die teruggaan tot december 2016. Omdat de verjaringstermijn voor dit feit zes jaar bedraagt, en de verjaring pas werd gestuit door een huiszoeking bij een medeverdachte op 10 mei 2023, is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op de periode vóór 10 mei 2017. Voor de periode daarna — tot aan het einde van de tenlastegelegde periode op 15 januari 2018 — kon de vervolging wél gewoon doorgaan.
Het gerecht besprak uitvoerig het juridisch kader van zowel actieve ambtelijke omkoping als misbruik van functie. Bij omkoping is vereist dat giften of beloften zijn gedaan met het oogmerk de ambtenaar te bewegen tot handelen. Bij misbruik van functie moet de gedraging samenhangen met de ambtelijke positie, maar zou die bij normale uitoefening van de functie achterwege zijn gebleven. Daarbij wees het gerecht op de bijzondere verantwoordelijkheid van ministers: zij hebben een ambtseed afgelegd en vervullen een voorbeeldfunctie. Al laakbaar gedrag kan in dat licht voldoende zijn voor overtreding van de strafbepaling.
Het Openbaar Ministerie had een gevangenisstraf van twaalf maanden geëist. Uiteindelijk is de verdachte door het gerecht veroordeeld voor de bewezen verklaarde feiten, waarbij de concrete straf — conform de eis of in een aangepaste vorm — is opgelegd in het kader van dit vonnis.
Betrokken advocaten
mr. (raadsvrouw, naam niet vermeld)
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAM:2025:113, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 11-10-2025, 100.00302-25 en 100.00211-25
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Strafrecht
ECLI:NL:OGEAM:2025:114, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 11-09-2025, 100.00292-25
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Strafrecht
ECLI:NL:OGEAM:2025:112, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 11-09-2025, 100.00258-25
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Strafrecht
ECLI:NL:OGEAM:2025:5, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 08-01-2025, 100.00448-24
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Rechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
100.00429/24
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAM:2026:40