Hof handhaaft benoeming vereffenaar in slepende Arubaanse nalatenschap — OGHACMB:2026:66
benoeming vereffenaar nalatenschap
Eiser / verzoeker
Appellanten 1 tot en met 5 (erfgenamen wonende in Nederland)
Verweerder / gedaagde
Geïntimeerden 1a tot en met 6h (overige erfgenamen)
Het Hof bevestigt de beschikking van de rechtbank en handhaaft de benoeming van mr. J.M. de Cuba als vereffenaar van de nalatenschap.
- Bezwaren tegen de vereffenaar (excessieve declaraties, gebrek aan communicatie, onvoldoende behartiging belangen) zijn door het Hof als onvoldoende onderbouwd beoordeeld en leveren geen objectief gerechtvaardigde grond op voor vervanging.
- Zelfs niet-objectief gerechtvaardigde bezwaren kunnen aanleiding zijn voor vervanging van een vereffenaar, maar het Hof ziet daartoe in dit geval geen reden.
- Mr. De Cuba heeft ruime ervaring, geniet het vertrouwen van de rechter en is goed ingewerkt in de boedel; vervanging schaadt een voortvarende afwikkeling.
- Het primaire verzoek tot benoeming van de eigen advocaat en een erfgenaam als vereffenaars werd door appellanten zelf tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken.
- Het Hof bevestigt de beschikking van de rechtbank en legt geen proceskostenveroordeling op.
Samenvatting
Een groep erfgenamen uit Nederland probeerde tevergeefs om de vereffenaar van een Arubaanse nalatenschap te laten vervangen. Het gaat om de erfenis van iemand die al in december 2005 overleed — inmiddels meer dan twintig jaar geleden. De afwikkeling van die nalatenschap sleept al jaren, mede doordat er voortdurende conflicten bestaan tussen de erfgenamen onderling.
In 2018 benoemde de rechtbank in Aruba mr. J.M. de Cuba als executeur van de nalatenschap. Toen de zaak later een andere fase inging, verzochten vijf erfgenamen (appellanten) de rechter om De Cuba te ontslaan en in zijn plaats mr. Bokkes (hun eigen advocaat) en één van henzelf als vereffenaars te benoemen. De rechtbank wees dat verzoek af en benoemde De Cuba juist als vereffenaar.
De erfgenamen gingen in hoger beroep. Voor het Gemeenschappelijk Hof van Justitie trokken zij hun primaire verzoek — benoeming van de eigen advocaat en een van hen als vereffenaars — in. Ze hielden vast aan het subsidiaire verzoek: benoem dan in elk geval iemand anders dan De Cuba.
Zij voerden drie bezwaren aan. Ten eerste zou De Cuba een rekening hebben ingediend voor het overnemen van een boedelbeschrijving die in werkelijkheid door hun eigen accountant was opgesteld. Het Hof verwierp dit: de rechtbank had het honorarium in 2019 al goedgekeurd, en de appellanten hadden onvoldoende onderbouwd dat De Cuba werk declareerde dat hij niet had verricht. Ten tweede verweten zij hem dat hij weigerde mee te werken aan de ontwikkeling van een perceel tot een hotel. Ook dat bezwaar sneuvelde: De Cuba had zijn terughoudendheid toegelicht met een verwijzing naar een aanschrijving van de Arubaanse overheid over dat terrein, en van persoonlijke belangen of voorkeuren was niets gebleken. Ten derde klaagden de appellanten over slechte communicatie. Het Hof oordeelde dat De Cuba voldoende had beschreven hoe hij contact had onderhouden met de erfgenamen, en dat de klacht onvoldoende was onderbouwd.
Het Hof overwoog verder dat zelfs als bezwaren tegen een vereffenaar niet objectief gerechtvaardigd zijn, het soms toch zinvol kan zijn om iemand anders te benoemen — bijvoorbeeld als daarmee de rust in de boedel terugkeert. Maar in dit geval zag het Hof daar geen reden toe. De nalatenschap sleept al zo lang dat het onvermijdelijk is dat een vereffenaar beslissingen neemt waarmee niet iedereen het eens is. Dat is nu eenmaal de aard van het werk, aldus het Hof.
Bovendien heeft De Cuba ruime ervaring als faillissementscurator en vereffenaar van nalatenschappen, geniet hij het vertrouwen van zowel de rechtbank als het Hof, en is hij voor deze specifieke boedel al grondig ingewerkt. Vervangen zou betekenen dat een nieuwe vereffenaar opnieuw moet worden ingewerkt, wat de al zo lang aanslepende afwikkeling verder zou vertragen.
Het hoger beroep faalde volledig. Het Hof bevestigde de beschikking van de rechtbank en liet De Cuba als vereffenaar in functie. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Betrokken advocaten
mr. E. Bokkes
appellanten
mr. G. Rep
geïntimeerden
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAC:2025:274, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25-11-2025, CUR202504283
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6325, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-09-2025, 11802002 OV VERZ 25-3408 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:137, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17-06-2025, CUR2024H00088
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:164, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27-05-2025, CUR2024H00107, CUR2024H00108, CUR2024H00109, CUR2024H00110
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Rechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
AUA2025H00132
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2026:66