Juristi.nl
ECLI:NL:PHR:2025:1225Strafrecht

ECLI:NL:PHR:2025:1225, Parket bij de Hoge Raad, 11-11-2025, 24/03030 — PHR:2025:1225

Samenvatting

Conclusie AG. Brandstichting (art. 157 Sr). Het eerste middel, dat inhoudt dat het hof aan een geconstateerd vormverzuim ten onrechte niet het rechtsgevolg van strafvermindering heeft verbonden, faalt en kan worden afgedaan met art. 81 RO. Het tweede middel houdt in dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat zijn ingezonden door het hof. Het ligt voor de hand om bij een verdachte ten aanzien van wie ten tijde van het instellen van cassatie de voorlopige hechtenis is bevolen, die nog niet gedetineerd is op het moment dat cassatie wordt ingesteld, maar vervolgens het overgrote deel van de inzendingstermijn in detentie doorbrengt, de kortere inzendingstermijn van zes maanden toe te passen. In onderhavige zaak heeft de verdachte zo’n 6,5 maand van de ongeveer 7,5 maand tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad in detentie doorgebracht. De inzendingstermijn van zes maanden is daarmee overschreden, zodat het middel slaagt. De namens twee benadeelde partijen voorgestelde cassatiemiddelen falen en kunnen worden afgedaan met art. 81 RO. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Betrokken advocaten

mr. R. van den Berg

verdachte

Wolf Advocaten, HAARLEM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

11 november 2025

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/03030

ECLI

ECLI:NL:PHR:2025:1225

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken