Verdachte beroept zich tevergeefs op verhuurder bij hennepkwekerij — PHR:2026:373
opiumwet / hennepteelt / diefstal elektriciteit en water / cassatie
Eiser / verzoeker
verdachte
Verweerder / gedaagde
Openbaar Ministerie
De procureur-generaal concludeert dat het cassatiemiddel faalt; de veroordeling door het hof tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 160 uur blijft in stand.
- Verdachte ontkende kennis van hennepkwekerij en wees op een vermeende huurder als alternatief scenario, maar het hof verwierp dit als ongeloofwaardig
- Illegale elektriciteits- en wateraansluitingen bevonden zich in de hoofdwoning van de verdachte, wat zijn betrokkenheid onderstreept
- Verdachte verklaarde zelf dat alleen hij en zijn personeel gebruik maakten van de schuur, waarmee hij zijn alternatieve scenario ondermijnde
- Professionele opzet van de kwekerij (628 planten, geautomatiseerd systeem, koolstoffilters) wijst op beroeps- of bedrijfsmatige teelt
- Procureur-generaal concludeert dat het cassatiemiddel tegen alle drie bewezenverklaringen faalt
Samenvatting
In de schuur op het bedrijfsperceel van een stratenmaker en aannemer uit Brabant brak op 4 februari 2020 brand uit. Toen de brandweer het vuur bestreed, ontdekten de blusters een luik in de vloer. Onder de schuur bleek een professionele hennepkwekerij verborgen te zitten met in totaal minstens 628 hennepplanten, verdeeld over twee kweekruimtes. De kwekerij beschikte over assimilatielampen, CO2-generators, koolstoffilters en een geautomatiseerd eb-en-vloedsysteem voor de watertoevoer.
De politie stelde vast dat de stroom voor de hennepteelt buiten de elektriciteitsmeters om werd afgenomen via een illegale aansluiting in de meterkast van de hoofdwoning. Ook het water werd illegaal onttrokken: vóór de watermeter was een T-stuk geplaatst waardoor het verbruik niet werd geregistreerd. Het perceel stond op naam van de verdachte en herbergde twee van zijn ondernemingen.
Bij aankomst van de politie gedroeg de verdachte zich opvallend. Volgens de brandweerbevelvoerder liep hij zijn manschappen in de weg, reageerde hij nerveus en bleef hij steeds in de buurt van het luik. Toen hem werd gevraagd of er iets onder de schuur zat, ontkende hij dit herhaaldelijk. Ook vertelde hij de politie dat alleen hijzelf en zijn personeel gebruik maakten van de schuur.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde de verdachte voor drie feiten: het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen van hennep, diefstal van elektriciteit door verbreking en diefstal van water door verbreking. In cassatie bestrijdt de verdachte alle drie bewezenverklaringen. Hij stelt dat hij geen wetenschap had van de hennepkwekerij en wijst naar een alternatief scenario: hij zou de schuur hebben verhuurd aan iemand anders, die verantwoordelijk zou zijn voor de kwekerij.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat dit verweer door het hof begrijpelijk is verworpen. De bewijsmiddelen — het gedrag van de verdachte ter plaatse, zijn eigen verklaringen over het exclusieve gebruik van de schuur, de ligging op zijn bedrijfsperceel en de illegale aansluitingen in zijn hoofdwoning — laten weinig ruimte voor twijfel over zijn betrokkenheid. Het hof hoefde het alternatieve scenario van verhuur niet te aanvaarden als geloofwaardig tegengewicht.
Het cassatiemiddel treft volgens de procureur-generaal geen doel. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6292, Rechtbank Midden-Nederland, 24-11-2025, 16.099372.21
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12746, Rechtbank Rotterdam, 25-09-2025, 10/067438-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:10094, Rechtbank Rotterdam, 18-08-2025, 83-336603-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9891, Rechtbank Rotterdam, 30-07-2025, 10-227235-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/00110
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:373