Asielzoeker verliest zaak tegen verwijzing VBL door feitelijke opvang Amsterdam — RBDHA:2015:12533
vreemdelingenrecht / opvang asielzoeker / procesbelang
Eiser / verzoeker
[naam] (asielzoeker)
Verweerder / gedaagde
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de eiser al feitelijk werd opgevangen door de gemeente Amsterdam.
- Eiser had geen procesbelang meer omdat hij al opvang ontving via crisisopvang en de bed-bad-broodregeling van de gemeente Amsterdam
- Beroep tegen verwijzing naar vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel niet-ontvankelijk verklaard
Samenvatting
Een asielzoeker uit Amsterdam stapte naar de rechtbank in Middelburg nadat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hem had verwezen naar een zogenoemde vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel. Die verwijzing volgde op een verzoek van de man om opvang. Hij verzette zich hiertegen, maar zijn bezwaar werd in juni 2015 ongegrond verklaard, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank.
De zaak draaide uiteindelijk niet om de inhoudelijke vraag of de verwijzing naar de VBL terecht was, maar om een formele kwestie: had de eiser nog wel belang bij de beoordeling van zijn beroep? De rechtbank concludeerde van niet.
Uit de stukken bleek namelijk dat de man al geruime tijd onderdak genoot via crisisopvang en de zogeheten 'bed-, bad- en broodregeling' van de gemeente Amsterdam. Omdat hij dus al feitelijk werd opgevangen, had hij naar het oordeel van de rechtbank geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel over de verwijzing naar Ter Apel. Er was immers niets te winnen: zijn opvangsituatie was al anders geregeld.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de zaak inhoudelijk niet is beoordeeld. Een veroordeling in de proceskosten bleef achterwege.
Opvallend detail in de procedure: de eiser en zijn advocaat lieten twee dagen voor de zitting weten niet aanwezig te zullen zijn. Hun brief was bovendien gericht aan een verkeerd adres — niet het juiste adres van de zittingsplaats Middelburg. De staatssecretaris liet zich wel vertegenwoordigen ter zitting. De rechter deed na afloop van het onderzoek ter zitting direct mondeling uitspraak.
Betrokken advocaten
mr. E.C. Cereso-Weijsenfeld
eiser
mr. S.J.M. Leijtens
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2020:11258, Rechtbank Den Haag, 11-08-2020, NL20.430 en NL20. 431
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:6865, Rechtbank Den Haag, 01-07-2020, NL19.30445
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:6824, Rechtbank Den Haag, 30-06-2020, NL19.30807
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:5278, Rechtbank Den Haag, 08-06-2020, NL19.30861
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 november 2015
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
15/13560
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2015:12533