ECLI:NL:RBDHA:2018:3538, Rechtbank Den Haag, 28-03-2018, AWB 17/13342 — RBDHA:2018:3538
Samenvatting
Trefwoorden: Aanvraag ten onrechte niet in behandeling genomen. In persoon indienen. Samenvatting: Een schriftelijke kennisgeving is volgens de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:945) een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, maar deze kennisgeving is, gelet op artikel 3.99a van het Vb 2000, ook een verplichte handeling die vóóraf gaat aan de mogelijkheid om een aanvraag in persoon in te dienen. Een vreemdeling heeft daarin geen keuzemogelijkheid. De aanvraag is niet in behandeling genomen omdat eiser de aanvraag niet in persoon heeft ingediend. Eiser kan niet worden tegengeworpen dat hij reeds op het moment van het indienen van de schriftelijke kennisgeving in verzuim was. De eerste mogelijkheid die hem in staat stelde zijn aanvraag in persoon in te dienen is opgenomen in de brief van 30 januari 2017. Omdat eiser op deze afspraak niet is verschenen, had verweerder hem nogmaals in de gelegenheid moeten stellen zijn aanvraag in persoon bij het IND-loket in te dienen. Trefwoorden: Beschikbaar houden op IND-loket op grond van artikel 55 Vw 2000. Geldig voor 1 dag. Te laat beroep ingesteld. Ontbreken van rechtsmiddelenclausule niet verschoonbaar. Juridische rechtsbijstand. Samenvatting: Uit het feit dat in het besteden besluit staat dat het IND-loket te Hoofddorp aangewezen is als de plaats waar eiser zich beschikbaar moet houden in verband met de behandeling van zijn aanvraag en dat verweerder ‘vandaag’ en op die locatie beslist op de aanvraag, volgt dat het bestreden besluit slechts een dag geldt. Daaruit volgt dus dat de maatregel na die dag ophoudt te bestaan. Eiser heeft tegen dat besluit te laat beroep ingesteld. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de termijnoverschrijding hem niet kan worden aangerekend. Het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij een besluit leidt weliswaar in beginsel tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Eiser is echter bij zijn eerdere en onderhavige aanvraag bijgestaan door zijn gemachtigde. Zij heeft eiser ook bijgestaan bij het indienen van de aanvraag op het IND-kantoor. Daarom kan redelijkerwijs worden aangenomen dat eiser wist dat hij binnen een bepaalde termijn beroep moest instellen tegen het bestreden besluit.
Betrokken advocaten
mr. H. Toonders
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:10069, Rechtbank Amsterdam, 26-11-2025, 13/159566-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7130, Rechtbank Amsterdam, 24-09-2025, 13/159566-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:23095, Rechtbank Den Haag, 19-12-2024, NL24.48725
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:23103, Rechtbank Den Haag, 18-12-2024, NL24.48723
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 maart 2018
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 17/13342
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:3538